transportbedrijven zien in te spelen op de ontstane situatie, maar voelen ook de betrokken organisaties de noodzaak om de handen ineen te slaan om bedrijven en werknemers te helpen en worden wetten en regels tijdelijk aangepast om bedrijven de ruimte te geven die ze nodig hebben."/>

Coronavirus: bedrijven krijgen meer ruimte

‹ Terug naar overzicht

Het coronavirus heeft ingrijpende gevolgen voor de sector. Zo moeten niet alleen individuele logistiek- en transportbedrijven zien in te spelen op de ontstane situatie, maar voelen ook de betrokken organisaties de noodzaak om de handen ineen te slaan om bedrijven en werknemers te helpen en worden wetten en regels tijdelijk aangepast om bedrijven de ruimte te geven die ze nodig hebben.

De uitbraak van het coronavirus in Nederland trekt sinds enkele weken een wissel op alles en iedereen, zo ook op al degenen die met transport en logistiek te maken hebben. De ontwikkelingen en maatregelen van overheidswege om het aantal besmettingen in te dammen volgen elkaar in rap tempo op. De sector speelt daar zo goed als ze kan op in.

Coronavirus vraagt om samenwerking

Zo hebben de betrokken organisaties Transport en Logistiek Nederland (TLN), VVT, FNV Transport & Logistiek, CNV Vakmensen, evofenedex, Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL) en het opleidingsfonds voor de sector SOOB de handen ineengeslagen om bedrijven en werknemers te helpen. Met dit initiatief willen zij gezamenlijk bedrijven ondersteunen bij de continuïteit en werknemers helpen om aan het werk te blijven in deze coronavirustijd. “Onze sector is een vitale economische sector met zo’n 8.000 bedrijven en 160.000 werknemers waaronder 80.000 vrachtwagenchauffeurs. Het voorkomen van faillissementen en het behoud van werk en inkomen is de uitdaging waar we met elkaar voor staan.”

Matchen

De werkgeversorganisaties en de vakbonden geven aan bedrijven en werknemers de komende periode via een nieuwsbrief op de hoogte houden van alle relevante ontwikkelingen in de sector. In de eerste nieuwsbrief geven ze informatie over de eerste voorzieningen en activiteiten die getroffen zijn.

Zo kan het mobiliteitscentrum (kosteloos) helpen met het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van werknemers en mogelijk materieel. Een aantal beroepen in transport en logistiek behoren tot de cruciale beroepen. Hierdoor ontstaat bijvoorbeeld druk op het distributievervoer, terwijl het vervoer in andere deelmarkten helemaal stil ligt. Via deze nieuwsbrief willen de organisaties inventariseren in welke deelmarkten tekorten zijn en waar er een overschot is aan vrachtwagenchauffeurs en materieel. Bedrijven in dezelfde regio die op elkaar aansluiten, worden door het Mobiliteitscentrum met elkaar in contact gebracht. Natuurlijk indien bedrijven dat zelf willen én met inachtneming van actuele adviezen van het RIVM voor de werknemers.

Bedrijven die van deze service gebruik willen maken, kunnen voor meer informatie gaan naar stlwerkt.nl/wijhelpenelkaar en de gevraagde gegevens invullen. Vervolgens neemt een adviseur van het mobiliteitscentrum uit de betreffende regio contact met het bedrijf op. De financiële afwikkeling van de inzet van mensen en materieel wordt afgestemd in onderling overleg. Relevante informatie van TLN over collegiale inleen is eveneens te vinden op de genoemde webpagina. De dienstverlening van het Mobiliteitscentrum is kosteloos.

Arbeidsomstandigheden

De organisaties zijn verder ook bezig om de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs op orde te krijgen, met name op het gebied van maaltijden onderweg en sanitaire omstandigheden. Daarnaast wordt gezocht naar oplossingen in het kader van het vervallen van code 95-opleidingen. Verdere uitwerking van de steunmaatregelen van de overheid is eveneens onderwerp van de samenwerking.

Rij- en rusttijden

Ook de overheid zit niet stil als het gaat om het tijdelijk aanpassen van wet- en regelgeving om transportbedrijven en logistiek dienstverleners de ruimte te geven hun werk zo goed en efficiënt mogelijk te kunnen doen. Zo hebben niet alleen veel gemeenten de bestaande venstertijden tijdelijk verruimd, maar heeft ook minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) besloten tijdelijk de regeling voor rij- en rusttijden in het wegtransport te verruimen. De dagelijkse rijtijd limiet gaat van negen naar elf uur. De wekelijkse rijtijd limiet gaat van 56 naar 60 uur, de tweewekelijkse totale rijtijdlimiet gaat van negentig naar 96 uur. De wekelijkse rustperiode hoeft nu in plaats van uiterlijk zes dagen na de laatste wekelijkse rust nu na uiterlijk zeven dagen plaats te vinden.

Van Nieuwenhuizen neemt deze maatregel om te voorkomen dat de bevoorrading van essentiële goederen in de knel komt. Omdat met name supermarkten en apotheken bevoorraad moeten blijven worden, moeten chauffeurs soms langer rijden of buiten de reguliere tijden, bijvoorbeeld in de avond, een supermarkt bevoorraden.

Respect

De aanpassing geldt met terugwerkende kracht van 14 maart 2020 tot en met 6 april 2020. Deze wijziging geldt overigens alleen voor beroepen die door het kabinet als cruciaal zijn aangemerkt, waaronder het vervoer van landbouwproducten en levende dieren; andere voedingsproducten (levensmiddelen) en veevoeder; aardoliën en aardolieproducten; medicinale en farmaceutische producten (waaronder medische hulpmiddelen) en parfumerieën en reinigingsmiddelen en afval en vuilnis. Een nadrukkelijke voorwaarde in dit kader gesteld is dat de verkeersveiligheid van chauffeurs en weggebruikers, even als de sociale omstandigheden van de chauffeurs, daarbij niet in het gedrang mag komen. Evenals de werkgeversorganisaties en vakbonden benadrukt de minister het belang om vrachtwagenchauffeurs goed te behandelen. “Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van logistieke dienstverleners en de bedrijven waar chauffeurs goederen laden en lossen. Daarbij hoort wederzijds respect in de omgang met elkaar zodat iedereen goed zijn of haar werk kan doen”, aldus Van Nieuwenhuizen.

Green Lanes

Ook vanuit Brussel worden er maatregelen genomen om het internationale vrachtvervoer wegvervoer soepeler te laten verlopen nu door de strenge controles binnen Europa de wachttijden aan de grenzen fors oplopen. De Europese Commissie heeft daarom 23 maart richtlijnen voor EU-lidstaten bekendgemaakt om vrije grensovergangen voor trucks te garanderen, zodat er geen onnodig oponthoud is voor trucks met ‘essentiële goederen’.  De EC wil dat lidstaten snel afzien van overbodig papierwerk, inclusief de zeer schaarse gezondheidsformulieren voor chauffeurs. Gestructureerde controles aan grenzen creëren volgens de EC alleen maar oponthoud en files, zoals in Oost-Europa het geval was. Deze bottlenecks moeten verdwijnen met de creatie van ‘Green Lanes’ voor trucks. De procedures bij grensovergangen moeten worden geminimaliseerd en gestroomlijnd tot wat strikt noodzakelijk is. De controles en verificaties moeten worden uitgevoerd zonder dat chauffeurs hun voertuig hoeven te verlaten, en de chauffeurs zelf moeten slechts minimale controles ondergaan. Bestuurders van vrachtvoertuigen mogen niet worden gevraagd een ander document over te leggen dan hun identificatie en rijbewijs en indien nodig een brief van de werkgever. De elektronische indiening van documenten moet worden geaccepteerd. Daarbij mag geen enkel vrachtvoertuig of bestuurder mag worden gediscrimineerd, ongeacht de herkomst en de bestemming, de nationaliteit van de bestuurder of het land van registratie van het voertuig.

Flexibiliteit

Zoals door werkgeversorganisaties en vakbonden hierboven aangegeven, zijn de gevolgen van het coronavirus voor ieder transportbedrijf anders. Waar bijvoorbeeld het distributievervoer van onder meer levensmiddelen overuren draait, liggen andere deelmarkten, waaronder sierteeltvervoer en belevering van horecagelegenheden geheel of gedeeltelijk stil. De verschillende transportbedrijven vinden daar afhankelijk van de mogelijkheden oplossingen voor. Zo vervoert Bolk Transport de groenten en fruit die transportbedrijf Wezenberg anders zou rijden, zodat Wezenberg capaciteit kan vrijmaken voor supermarkt Albert Heijn. Peter Appel Transport, gespecialiseerd in de belevering van horeca en levensmiddelen-retail, lost dit probleem grotendeels binnenshuis op door de vrijgekomen chauffeurs en materieel van het gestagneerde horecavervoer zo veel mogelijk in te zetten voor de retaildistributie. Dit moet naar eigen zeggen “wel voegen qua materieel, locatie, vraag en beschikbaarheid”. De betreffende chauffeurs zijn in ieder geval bereid om andere diensten te draaien en te werken vanuit andere locaties dan ze gewend zijn.

Sanitair

In tegenstelling tot ervaringen van veel andere chauffeurs en bedrijven, geeft Peter Appel Transport aan dat het in de dc’s en bij laad- en losadressen meestal goed geregeld is qua sanitaire voorzieningen. “Incidenteel lopen chauffeurs wel eens tegen regels op. Heel begrijpelijk dat het bedrijf op het losadres ook zijn risico’s op besmetting met het coronavirus wil inperken en bijvoorbeeld toiletblokken sluit. Zij weten immers niet waar de chauffeurs is geweest. Maar voor de chauffeur is dit niet heel sociaal. Wij doen dan een melding en gaan in overleg. Onze opdrachtgevers pakken dit goed op.”