transportbedrijf Breytner werkt mee aan een Europees haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden van voertuigen die door waterstof worden aangedreven."/>

Breynter werkt mee aan onderzoek naar waterstof

‹ Terug naar overzicht

Het Nederlandse transportbedrijf Breytner werkt mee aan een Europees haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden van voertuigen die door waterstof worden aangedreven.

Marie José Baartmans: "Overheid, kom met een ruimhartig stimuleringspakket voor zero emissie-stadslogistiek."

Elektrische aandrijving van voertuigen lijkt de oplossing te worden om aan de gestelde milieudoelstellingen te voldoen. De noodzakelijke energie hoeft niet per se uit accu’s te komen; waterstof kan een alternatief zijn.

Demonstratieproject met waterstof

Sinds april van dit jaar werkt het zero emissie-transportbedrijf Breytner mee aan een demonstratieproject met een waterstoftruck in de stadsdistributie. Aan dit grote Europees project doen diverse bedrijven mee. In Nederland zijn dat, naast Breytner, Cure Afvalbeheer uit Eindhoven en DHL Nederland. Van het laatstgenoemde bedrijf werkt ook de Duitse tak mee. Van Colruyt doen de Belgisch en Franse organisaties mee. Deze supermarktketen heeft in zijn distributiecentra al heftrucks die op waterstof rijden.

Batterijelektrisch kan ook

Voor Breytner was deelname aan het demonstratieproject met een waterstoftruck niet heel voor de hand liggend, geeft mededirecteur Marie-José Baartmans aan. “Daar ligt onze focus niet direct, omdat de batterijelektrische vrachtauto in de stadsdistributie goed voldoet. Maar wij zijn een eigenwijs clubje en zitten graag met onze neus boven op de ontwikkelingen.” Bovendien beschikt Breytner over de onontbeerlijke netwerken en ervaring die nodig zijn bij dergelijke projecten. Zelf brengt Breytner ook kennis in. “VDL heeft veel verstand van bussen bouwen en van elektrische aandrijflijnen. Maar minder van de use cases van vrachtauto’s. Nou, daar hebben wij juist veel ervaring mee.” 

Belemmering door coronavirus

Breytner heeft inmiddels veel ervaring met het uitvoeren van transport en testen met elektrische vrachtauto’s. Met als kenmerk dat de auto’s in principe altijd op de thuisbasis terugkeren om aan de elektrische lader te gaan. De bedoeling was dat dit voor de waterstoftruck ook zo zou werken. Een Duitse deelnemer in het project – Wystrach uit Weeze – heeft een mobiel waterstoftankstation ontwikkeld en daar kan het transportbedrijf zijn demotruck aftanken. “Het was de bedoeling dat dit station op onze locatie in Schelluinen in april in gebruik zou worden gesteld”, vertelt Baartmans. “Maar daarvoor moesten de technici uit Duitsland nog wat handelingen uitvoeren. En door het coronavirus mochten zij niet naar ons toekomen. Dus tanken op eigen terrein, dat lukt nog even niet.” 

Gelukkig past het in de planning van de truck om hetzij in Helmond, hetzij in Rhoon te tanken. “Het tanken van waterstof gaat heel eenvoudig. Het kost iets meer tijd dan bij diesel, dat is geen punt.” Wel zijn er intussen best veel gebruikers voor met name de tankgelegenheid in Rhoon, dus daar kan het best gebeuren dat de klant even moet wachten op zijn beurt. “De verwachting is dat we op korte termijn ons eigen mobiel tankstation in gebruik kunnen gaan nemen”, zegt Baartmans. “Tot nu toe zijn we erg te spreken over deelname in dit project, het heeft veel inzicht gegeven en het werkelijk zelf kunnen werken met een waterstoftruck heeft een enorme meerwaarde. H2Share heeft ons veel geleerd en gebracht.” 

Ruimhartige stimulering

Bij de overstap van dieselaangedreven trucks naar zero emissie-voertuigen mist Baartmans een deltaplan van de overheid. “Het is zo’n grote transitie. We begrijpen de aarzeling vanuit Den Haag, zeker in coronatijd, om heel erg te willen reguleren door invoering van emissiezones in steden in 2025. Maar als we toch de doelstellingen uit het Klimaatakkoord willen behalen, dan ontkomen we er niet aan om als alternatief ruimhartig in te zetten op een stimuleringspakket om zo toch zero emissie-stadslogistiek voor vrachtwagens gerealiseerd te krijgen in 2025. Alleen dan komen er werkelijk meer emissieloze voertuigen op de weg.” 

Met ruimhartig bedoel de Breytner-directeur “meer dan de huidige 40 procent subsidie op de meerkosten van zero emissie-voertuigen”. Opschaling van 2025 is volgens haar belangrijk om in 2030 de emissiezones in de veertig grote steden van Nederland werkelijk te kunnen invoeren. “Daarbij moet ook niet vergeten worden dat het geen kwestie is van het een-op-een vervangen van dieselvoertuigen door emissieloze voertuigen. Op gebied van efficiëntie – door middel van andere logistieke systemen zoals consolidatie in de keten of aan de rand van een stad – kan ook nog veel winst behaald worden.”