'PFAS-kwestie legt grondverzet plat'

‹ Terug naar overzicht

Door de kwestie-PFAS staat het grondverzet in Nederland stil en staan honderden transportbedrijven op omvallen, stelt TLN. De ondernemersorganisatie roept gemeenten op snel de PFAS-gehalten op hun grondgebied in kaart te brengen, zodat het grondverzet weer op gang kan komen.

PFAS is een verzameling chemische stoffen die gebruikt worden bij de productie van onder meer koekenpannen, regenjassen en tapijt. Deze zomer kondigde staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat nieuwe regels af voor het werken met grond waar de betreffende stoffen in zitten. 

PFAS: nieuwe regels

In die regels staat dat sommige van deze stoffen pas schadelijk zijn als er minstens 3 microgram per kilo grond van aanwezig is, en andere zelfs pas bij 7 microgram. Toch geven veel gemeenten nu al geen toestemming voor projecten waarbij grond met 0,1 microgram PFAS per kilo gebruikt wordt. Dat gaat om bijna alle grond in Nederland.

Gebrek aan kennis

“PFAS zijn gevaarlijke stoffen en we moeten de verspreiding ervan tegengaan. Het is heel goed dat de staatssecretaris regels heeft opgesteld, vanuit het perspectief van de volksgezondheid”, zegt TLN-voorzitter Elisabeth Post. “Maar het punt is: door een gebrek aan kennis van de stof en van de PFAS-gehaltes in de eigen grond, blokkeren veel gemeenten, provincies en waterschappen projecten met grond waarbij de volksgezondheid absoluut niet in het geding is. Bij deze projecten wordt zeker niet 3 microgram PFAS per kilo gebruikt, laat staan 7 microgram. Dat gebrek aan kennis nekt alle bedrijven betrokken bij grondverzet, dus ook transportbedrijven.”

Bodemkwaliteit onbekend

Een van de maatregelen in het zogeheten tijdelijk handelingskader PFAS is dat het gehalte van deze stoffen in grond niet omhoog mag gaan door er andere grond op te storten. Post: “Stel dat je de fundering voor een gebouw graaft en die grond, met 0,5 microgram PFAS per kilo, ergens kwijt moet. Die kun je dan niet storten op een stuk grond met 0,4 microgram of minder per kilo.” 

Om te weten waar bedrijven welke grond kunnen storten, is het dus belangrijk dat van alle stukken grond bekend is hoeveel PFAS daar aanwezig is: de zogeheten achtergrondwaarde. ‘Maar dat weten gemeenten, provincies en waterschappen dus niet, enkele uitzonderingen daargelaten”, zegt Post. “Zij hebben hun zogeheten bodemkwaliteitskaarten niet op orde. En zonder achtergrondwaarden hebben bedrijven in grondtransport geen werk. Gemeenten en waterschappen moeten dus als de wiedeweerga hun bodemkwaliteitskaarten op orde maken.”

‘Gemeenten verstijfd door angst’

Daarnaast hekelt Post de neiging van gemeenten om helemaal geen projecten meer toe te staan, wanneer er een minimale hoeveelheid PFAS gedetecteerd wordt. “Ook al is de achtergrondwaarde bekend, en is het gehalte PFAS nog lang niet schadelijk voor de volksgezondheid. Het lijkt wel of gemeenten verstijfd zijn door angst, vooral veroorzaakt door een gebrek aan kennis.” 

TLN pleit er dan ook voor dat gemeenten zich snel laten voorlichten over de vraag wat er wel en niet kan met grond die deze chemische stoffen bevat. Post: ”Wij zijn blij met de toezegging die staatssecretaris Van Veldhoven ons afgelopen vrijdag deed: er komen kennissessies en werkconferenties om gemeenten, provincies en waterschappen voor te lichten. Wij hopen dat die informatie gemeenten heel snel doet beseffen dat het anders moet.”

Dweilen met de kraan open

“Dit zijn maatregelen voor de korte termijn, maar uiteindelijk blijven verschillende PFAS-stoffen in gebruik”, zegt Post. “En blijven die stoffen dus in het milieu terechtkomen. Dit is dweilen met de kraan open. De echte oplossing voor de lange termijn is dat we deze stoffen gewoon niet meer gebruiken. Die kraan moet dicht.”