Digitale Transport Strategie: binnen tien jaar alle data digitaal

‹ Terug naar overzicht

Data delen in het transport en de logistiek, het kan méér en váker. Om deze ontwikkeling aan te jagen, werkt het ministerie van IenW aan de Digitale Transport Strategie. Samen met de Topsector Logistiek hield het hierover een webinar.

Digitalisering wordt steeds belangrijker in transport en logistiek. Hiermee krijgen ondernemers meer inzicht in wat er gebeurt en kunnen zij voertuigen beter inzetten, wat de bereikbaarheid en duurzaamheid verbetert. Wat de sector nodig heeft, is een gezamenlijke aanpak waardoor iedereen met elkaar kan worden verbonden. 

IenW zet in op Digitale Transport Strategie

Via de Digitale Transport Strategie zet het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zich in om binnen tien jaar alle data rondom het hele goederenvervoer te digitaliseren, zodat gegevens veilig, snel en eenvoudig uit worden gewisseld binnen multimodale transportketens. De rol van de overheid is uitdrukkelijk níét om een nieuw IT-systeem of platform te ontwikkelen.

Het ideale plaatje

Het ideale plaatje van het digitale data delen voor de multimodale transportketens met bedrijven en overheden, ziet er volgens Sieds Halbesma, programmamanager Goederenvervoer en Digitaal Transport, als volgt uit: “Iedere deelnemer weet ieder moment waar de goederen en de vervoersmiddelen zich bevinden in de supplychain en kunnen hun capaciteit optimaal inzetten en switchen tussen modaliteiten waar mogelijk. Zo wordt ook infrastructuur beter benut. De overheid speelt een belangrijke rol als één loket en deelt data met elkaar en met bedrijven. Ook inspecties werken hierin samen en versterken zo de informatiepositie van de overheid. Dit netwerk aan systemen, waaraan alle partijen informatie leveren en hiervan profiteren via lastenverlichting, is helaas nog niet de realiteit. Overheid en bedrijven houden de bestaande manier van werken, met veel papieren documenten, nog te veel in stand. Ook kunnen veel van de wegtransportbedrijven die tot het mkb behoren nog grote stappen zetten op het gebied van digitalisering. Ze hebben hiervoor instapklare oplossingen nodig.” 

Omslag naar digitaal

Ondanks de digitaliseringsslag in de coronatijd accepteren inspecties in het Europese transport nog vrijwel geen digitale documenten. Volgens Ronald van den Heuvel, projectmanager Papierloos Transport, komt daar met de Europese verordening eFTI (electronic Freight Transport Information) verandering in. Deze verordening trad in augustus in werking, waarna lidstaten vijf jaar de tijd krijgen om deze in eigen wetgeving te verwerken. In deze wet, die onder andere voor het wegtransport gaat gelden, is geregeld dat de toezicht- en handhavingsketen digitaal aangeleverde transportinformatie moet accepteren. De markt mág informatie nog op papier beschikbaar blijven stellen, maar de verwachting is dat de marktpartijen ook de omslag naar digitaal gaat maken gezien de besparing die dit voor hen oplevert.

Lees verder onder de illustratie.

Benelux-pilot met eCMR 

Zo doen bedrijven nu al ervaring op in de Benelux-pilot met de digitale vrachtbrief (eCMR) voor het intra-Benelux wegvervoer. Hierbij mogen transportbedrijven de papieren vrachtbrief vervangen door de digitale vrachtbrief, mits deze is aangemaakt door een gecertificeerde leverancier. De Benelux eCMR-pilot loopt tot eind 2020. België, Luxemburg en Nederland werken aan een plan van aanpak voor de tweede fase. Deze loopt van 1 december 2020 tot en met 30 november 2023. Dan wordt er ook een eCMR-accesspoint ingericht waarmee handhavers via één digitaal loket toegang krijgen tot de (CMR-)ladingdata die IT-partijen beschikbaar stellen. Dit maakt het eenvoudiger om de digitale vrachtbrief te gebruiken bij inspecties.

Iedereen moet kunnen meedoen

Een belangrijke trend op het gebied van digitalisering is het ontstaan van platforms, waarbij marktpartijen data digitaal beschikbaar stellen. Als al deze platformen op een slimme manier aan elkaar kunnen worden verbonden, ontstaan enorme kansen. Transparantie zorgt voor betere benutting van de capaciteit, zowel op de modaliteiten als de infrastructuur die ze benutten. Hierdoor kan congestie worden bestreden, wordt minder CO2 verstookt, verbetert de verkeersveiligheid en kunnen processen voor toezicht en handhaving worden geoptimaliseerd. Dit is goed voor de concurrentiekracht van onze Nederlandse logistieke sector.
Volgens Sjoerd Boot, projectmanager Basis Datadelen Infrastructuur (BDI), streeft het ministerie niet naar één digitaal platform waar alle deelnemers in de keten samen komen. Dat zou een monopolie situatie kunnen creëren. Het gaat erom dat bedrijven, overheden en platforms hun bestaande systemen met elkaar kunnen koppelen en data kunnen delen. “Dit noemen we een gedecentraliseerd federatief netwerk van systemen”, aldus Boot. Hiervoor is een afsprakenstelsel nodig. Ook moeten technische voorzieningen beschikbaar zijn, zodat alleen geautoriseerde gebruikers toegang krijgen tot de data van een andere organisatie. Hiernaast moeten deelnemers bij uitwisseling van gegevens dezelfde taal kunnen spreken. De standaarden die al in de logistiek gebruikt worden, zoals Open Trip Model en iShare, kunnen hierin voorzien. Deze kennis wil het ministerie toepassen en borgen in de BDI. De komende jaren zetten het ministerie, de douane en de Port Community Systems (PCS’s) de eerste stap, door een overheidsplatform te realiseren met de uitgangspunten van de BDI. Uiteindelijk moet iedereen mee kunnen doen, zowel bedrijven als overheden.